VLAANDEREN ONS VADERLAND ! FLANDRE NOTRE PATRIE !

Tout individu fait d’abord partie d’une ethnie avant d’appartenir à un Etat! Nous appartenons à l’ethnie FLAMANDE avant d’être Français !
 
AccueilAccueil  PORTAILPORTAIL  S'enregistrerS'enregistrer  ConnexionConnexion  

Partagez | 
 

 Toespraak Eddy Hermy, Fête de l’identité

Voir le sujet précédent Voir le sujet suivant Aller en bas 
AuteurMessage
jérémy
Contributeur
Contributeur



MessageSujet: Toespraak Eddy Hermy, Fête de l’identité   Jeu 13 Déc - 20:47

1968, het revolutionair jaar. Ik was een arbeider. Voor mij was er
niet zoveel magie aan 1968. Op het werk en in mijn omgeving was het
gewoon werken en leven… zonder de revolutie. Die revolutie gebeurde in
een andere wereld. Toch ga ik uit nieuwsgierigheid luisteren naar een
paar studentenleiders die in mijn jeugdclub kwamen spreken. Daar hoorde
ik Ludo Martens en Paul Goossens, twee oprichters van de Derde Wereld
Beweging – AMADA, partij in opbouw. Ik neem contact op met de
plaatselijke afdeling, maar het is een studentikoos gedoe en heb maar
een los contact met de beweging. Ik doe mijn legerdienst.
Na mijn legerdienst zoek ik opnieuw contact en de sfeer en de mensen
zijn veranderd. Het is nu een communistische groep geworden die de
marxistische werken bestudeerd en die het maoïsme als leidraad heeft.
Ik ben een leek, ik weet niets van ideologie, niets van filosofie en -
buiten dat ik veel moet werken voor weinig geld - weet ik ook niks van
economie. Ik ben de enige arbeider van de groep. In het grotere geheel
zijn er nog geen tien arbeiders. Ik voel mij zo stom tegenover die
andere kameraden die in een andere wereld leven en van alles weten. Ik
studeer…
De groep ondersteunt mij en helpt mij op alle mogelijke manieren. Ze
geven mij boeken. als ik vragen heb wordt er alles aan gedaan om mijn
vragen te beantwoorden. Ik leer snel. Mijn leven is nu gericht op
studie en onderzoek. Ik leer pamfletten schrijven en men dwingt mij om
in het publiek te spreken. Ik moet ook spreken namens de groep op
debatavonden. Ik ga vele malen op mijn bek. Zeker tegenover Trotskisten
moet ik het afleggen. Ze zijn goed ideologisch onderlegd. De leiders
van de beweging willen die beweging omvormen tot een echte
communistische partij. We moesten Lenin’s boek “Wat te doen” lezen. Dat
gaat over de partijopbouw. Ik was intussen goed dialectisch gevormd en
was een keihard voorstander van de oprichting van een maoïstische
partij.

Vele burgerlijke leden haakten af. Ze vonden dat we een soort
stalinistische dictatoriale partij voor ogen hadden. Dat was uiteraard
ook zo. Daar konden de meeste kameraden niet mee leven. Velen van die
kameraden zijn dan een mars door de instellingen begonnen. Ze hadden
sympathie voor de communistische wereldvisie, maar meenden dat ze via
de instellingen beter resultaten konden bereiken. Ze hadden gelijk. Ze
zijn nu zo wat in de gehele maatschappij geïnfiltreerd. En wat
belangrijk is, ze hebben via het onderwijs de nieuwe generaties
gekneed. Toen we uitgediscuteerd waren, was er nog maar een fractie
over van het oorspronkelijke ledenaantal van de organisatie. Maar het
was een keiharde fractie, het was een soort militair politiek,
ideologisch commando. Het was een communistische, leninistische partij
geworden. De strijd kon beginnen.
Er werden cellen opgericht die rond bepaald fabrieken werkten. Ik
was celleider in de fabriek waar ikzelf werkte en lid van een andere
cel rond een andere fabriek. Zo kon je leren van de strijdmethode in
een andere fabriek en konden anderen leren van jouw activiteiten. In
marxistisch jargon noemde men dat ‘van de massa naar de leiding en van
de leiding naar de massa’. Zo kon men een massalijn ontwikkelen.
De inzet was volcontinu. Er waren geen vrije dagen. Aan fabrieken
pamfletten uitdelen, pamfletten schrijven, de werken van Mao, Lenin en
Stalin bestuderen, op huisbezoek gaan bij sympathiserende arbeiders om
te weten wat er in de fabriek leeft, rapporten schrijven over je
celleden en over de enquêtes bij sympathisanten, vergaderen, … Door de
klassenstrijd centraal te stellen doet men aan revolutionaire opvoeding
noemden we dat.
Ik infiltreer in de socialistische vakbond in opdracht van de
partij. In de partij beslis je niet zelf waarvan je lid wordt, de
partij beslist voor jou. Jij voert dat uit. Dat noemt democratisch
centralisme. Bezwaren schriftelijk indienen, intussen taken uitvoeren.
Ik laat mij op bevel van de partij verkiezen tot vakbondsafgevaardigde
op mijn werk. Dat is niet moeilijk, de collega’s noemden mij toen al
Mao. De strijd op alle commandoposten voeren en het maoïsme als
leidraad nemen heet dat.
Ik zal samen met mijn cel 5 stakingen leiden in 4 jaar tijd alleen
al in de fabriek waar ik werk. De spanning tussen mij en de directie
zijn zo hoog dat ze beslissen om voor mij een apart gebouwtje te
zetten. Daar mag ik dan 8 werkuren per dag recht staan en niets doen.
In opdracht van de partij maak ik er een propagandalokaal van. Ik hang
het vol met posters van Lenin en Mao. Ik ga mij een stoel halen in de
refter en begin van ‘s morgens tot de ‘s avonds te lezen. Ik heb door
de wet echter het recht om in de fabriek rond te lopen om met onze
vakbondsleden te praten, maar ik moet eerst de directie verwittigen.
Als ik buiten mijn kotje kom krijg ik dan direct het gezelschap van een
ingenieur die mij overal volgt. Er durft niemand nog tegen mij te
praten. Ik ben totaal geïsoleerd.
De vakbondsleiders in Oostende geven mij een kans. Ik mag naar de
arbeidershogeschool en zij betalen mij een loon. Ze zeggen dat mijn
inzet voor het socialisme op een productiever manier kan. Dat
revolutionair gedoe moet ik nu als een voorbije fase in mijn leven zien
zeggen ze. Ik leg dat voor aan de cel en aan de hogere leiding van de
partij. Het feit dat ik nog maar gehoor durf te geven aan zulke
defaitistische praat van de sociaalfascisten (dat zijn de
sociaaldemocraten van de vakbond) toont aan dat ik een rechtse
burgerlijke afwijking heb.
De vakbondsleiders denken dat ik beïnvloed ben door hun praat en
bieden mij aan om een tussenkomst te houden op het volgende nationale
congres. Zij zullen wel een tekstje maken. De echtgenote van Allende
zal het congres bijwonen. Haar man is kortgeleden vermoord door de
pro-Amerikaanse junta. Ik moet aan de partij bewijzen dat ik niet
toegeef aan mijn defaitisme en deze congrestussenkomst is het gedroomde
moment om mijn trouw aan de partij te confirmeren. Door kritiek en
zelfkritiek je opvoeding ter hand te nemen. De massalijn door de partij
uitgezet trouw volgen. De revolutionaire commandopost niet verlaten
noemen ze dat.
Ik geef een vlammende toespraak op dat congres en beweer trouw aan
de partijlijn dat de vakbondsleiders die op het podium zitten te
glunderen mede verantwoordelijk zijn voor de dood van Allende omdat
sociaaldemocraten niet bereid zijn de proletarische revolutie te voeren
en ze zo de kans geven aan de reactie om onze mensen te vermoorden. De
echtgenote van Allende valt om mijn hals, maar de vakbondstop kijkt
vijandig in mijn richting. De partij was tevreden. De revolutie op het
voorplan zetten. Het marxistisch / leninistisch denken van Mao Tse
Toeng studeren en toepassen, het revisionisme bekampen luidt het!
Een paar weken later moest ik op het kantoor van de directeur van de
fabriek komen. De plaatselijke vakbondsleider zat broederlijk naast de
directeur. Met veel plezier vertelde ze mij dat ik kon ophoepelen en
dat de vakbond de directie alle steun gaf. Als ik buiten het kantoor
kom staan er al twee BOB’ers en vier rijkswachters en word ik in
handboeien naar buiten gesleept. Exit werk en exit vakbond.
De partij is niet onder de indruk. De inzet van onze kameraden is
een bewijs van de slagkracht van de gedachten van Mao Tse Toeng en de
partijlijn van AMADA. Nadat we met een commando de fabriek binnenvallen
en alles plat leggen krijg ik nog een schadeclaim van 10 miljoen
Belgische franken aan mijn broek. Dat is nu nog veel maar in die tijd
kon je daar 3 huizen voor kopen.
Door de jarenlange strijd en de steeds grotere druk van de partij
ben ik volledig opgebrand. Ik ben 25 jaar en een staatsvijand. Ik heb
zoveel stakingen in de laatste jaren mee georganiseerd in verschillende
bedrijven over geheel Vlaanderen dat de BOB politieke sectie mij als
een absoluut gevaar ziet. Ik vind nergens werk meer en de partij vindt
nu ook dat ik een proefperiode moet doen om aan te tonen dat ik wel
degelijk een goede communist ben.
De leiding is namelijk bezig met een rectificatiebeweging. En
iedereen moet nu terug naar af. Het komt eigenlijk neer op een
gestuurde zuivering. Een rectificatiebeweging heeft tot doel de leden
op te voeden en door de opvoeding de klassenvijanden die in de partij
zijn geïnfiltreerd op te sporen en te vernietigen. Iedereen is gehouden
aan de campagne mee te doen vermits iedereen afwijkingen heeft. Zo
noemen ze dat daar. Oude en misvormde wereldopvattingen krijgen de
boventoon als men ook niet binnen de partij de revolutie voert noemen
ze dat. Strijd tegen je eigen burgerlijke wereldopvattingen is een
garantie tot je proletarische omvorming. Ik ben al proleet sinds ik
geboren ben. Ik geef kritiek op de leiding en op de partij. Ik ga naar
Ludo Martens, mijn kameraad en leider denk ik. Hij maakt een rapport
over ons gesprek met als titel “De crypto-fascistische gedachten van
het lompenproletariaat”. In het communistische beschuldigingjargon
bestaat er niets dat zwaarder weegt dan een door-het-fascisme-besmette
lompenproleet: het is niet meer op te voeden, het is een te doden
klassenvijand. Ik was een fascist. Ik werd uit de partij gezet. Ik was
voor de overheid een staatsvijand en voor mijn communistische
ex-kameraden was ik een vijand van het internationaal proletariaat. Ik
verdwijn 3 jaar van het toneel.
Via kameraden leer ik de VMO-leider Eriksson kennen. Eriksson is
vlug bereid om mij op te nemen. Hij zegt dat de VMO ook voor sociale
emancipatie van de Vlaamse arbeider staat. Een ex-communist kan een
bijdrage leveren om dat idee meer te benadrukken. Ik zal in de VMO
actief blijven tot de ontbinding en tijdens die periode zal ik vele
acties voeren. Een van die acties kost mij drie maand effectieve
gevangenisstraf. Met de veroordeling van de VMO inbegrepen, heb ik
samen 3 jaar gevangenisstraf cadeau gekregen van de Belgische staat
waarvan dus drie maand effectief.
Het zou plezant zijn om die anekdotes allemaal te vertellen, maar ik
denk dat het interessanter is om mijn ideologische redenen voor mijn
overstap hier te verduidelijken en tezelfdertijd mijn kijk op de zaken
nu te geven. Antikapitalisme was mijn drijfveer om communist te worden.
Het is ook mijn drijfveer om nationaal-revolutionaire te zijn. Ik zal
dat met drie punten trachten te verduidelijken:
Revenir en haut Aller en bas
jérémy
Contributeur
Contributeur



MessageSujet: Re: Toespraak Eddy Hermy, Fête de l’identité   Jeu 13 Déc - 20:47

1. Ik ben voor een onafhankelijke Vlaamse staat. Ik ben tevens
voorstander van een Waalse onafhankelijke staat. Waarom? Omdat volgens
mij de Belgische staat een onderdrukkingsmechanisme is van een
belangenkaste, weliswaar ontstaan door de geopolitieke toestand van de
19de eeuw, maar die intussen is uitgegroeid tot een omhulsel dat
gebruikt wordt om twee volkeren te koloniseren. Het is een Belgische
elite (in feite vooral het overblijvende Belgische kapitaal) dat België
gebruikt als een privéonderneming. De Vlamingen zijn de grootste
belangengroep en het is dus niet correct om te stellen dat Walen de
Vlamingen onderdrukken. Neen, het is de elite (zowel financieel als
politiek) die de onderdrukking organiseert. De transfers van kapitaal
zijn eigenlijk een transfer naar de elite en naar de Belgische
belangengroepen. Het geld wordt via consumptieve transacties van
individuen (werkeloosheid, ziekenzorg, enz.) afgeleid naar de Belgische
machtsgroepen. Vlaamse, respectievelijk Waalse,
onafhankelijkheidstreven is dan ook vooral een strijd die gebaseerd zou
moeten zijn op een antiliberalistische doctrine. Een
antikapitalistische dus. De vroegere linkse Waalse separatisten gingen
trouwens uit van dit uitgangspunt. Voor mij is de bevrijding uit de
eenheidstaat een bevrijding uit het machtsmonopolie van de huidige
sociaaleconomische machtsgroep. De Belgische machtsinstrumenten zijn
voor het grootste deel al door de Belgische elite verkwanseld aan de
Europese staatsmoloch. Dus moet regionale onafhankelijkheid gepaard
gaan met een uitstapscenario uit de Eurocratie. Die Eurocratie is een
product van de Europese tak van de conglomeraten en kapitaalmonopolies.
Links geloofd in een wereldomvattende, proletarische revolutie, daarom
ondersteunen ze ook de globalisering. Rosa Luxemburg zei: “De
uitbreiding van de economische ruimte is belangrijker dan nationale
onafhankelijkheid en het louter bestaan van staten.” Zij was een echte
globaliste, maar zij was vooral een communiste. Ik, daarentegen, steun
voor een nationale revolutie op het volk. Ik vind dat een welbepaalde
klasse niet de plaats kan innemen van het volk omdat volkeren - en niet
een specifieke klasse - in staat zullen zijn om een verdere
globalisering tegen te houden. Daarmee kom ik tot mijn 2de punt.
2. Deze globalisering tast de autonomie van volkeren aan. Het is
trouwens een globalisering die diepgaand is. De huidige
globaliseringgolf is niet alleen een economisch gegeven, het is ook een
ideologische, revolutionaire doctrine. Het is een messianistische
verhaal dat dient om het ultraliberalisme als dominante levensfilosofie
te vestigen over de gehele wereld. Het is in feite de mechanistische
versie van de marxistische doctrine die een wereldstaat beoogd waar de
voorhoede (de kapitalisten) alle tegenstellingen wegwerken en waar
nodig onderdrukken. Het China van vandaag is een perfect voorbeeld. Het
verenigd messianisme met het wildste kapitalisme. Het parool van de
Chinese KP luidt nu: “Het is goed om rijk te zijn.” De pleidooien van
de economische machtsgroepen om belangenconflicten via internationale
instellingen te laten oplossen (internationale instellingen zoals de
Wereldbank, de VN en andere) zijn antinationale instrumenten. Het zijn
machtsinstrumenten die de supranationale doelstelling van de
conglomeraten moet dienen. Alleen grote landen zoals de VS en straks
China kunnen nog een nationale agenda voeren. Het wereldkapitaal en de
grootste bedrijven zijn nu supranationaal. Ze staan buiten en boven
nationale staten. Ze zijn volop bezig om dat nog verder te
consolideren. Bij het afronden van deze golf van globalisering zullen
ook de grote staten overgeleverd zijn aan de wereldconglomeraten. We
zullen dan niet meer in termen van nationale economieën kunnen denken
en staten zullen ook niet meer bij machte zijn om op een klassieke
democratische manier invloed uit te oefenen op de economie. En hier
maken partijen en groepen die zich rechts nationalistisch noemen een
enorme denkfout. Bij grote sociale conflicten gaan die partijen
steevast het bestaande economisch systeem verdedigen en steunen zijn
niet ten volle de krachten die dat systeem willen veranderen of zelf
willen vernietigen. Dat denken is nog een overblijfsel uit de 20ste
eeuw waar men inderdaad grote kapitaalgroepen en middengroepen had die
men wilde verenigen met het volk en men daarom niet meeging in harde
economische strijd van andere groepen, zoals arbeiders. Net omdat men
juist voor een stuk de nationale economie als volkseigen zag. Dit is
vandaag veel minder het geval. Nu is een afbraak van het economisch
systeem juist een voorwaarde en een opportuniteit om het volk te
verenigen. Vermits de kapitaalgroepen staats- en volksvreemd zijn
geworden en er dus geen alliantie met deze conglomeraten kan gesloten
worden vanwege hun antinationale opstelling. In de verschillende
landen, en zeker in Europa, willen de oligarchieën de arbeidskosten op
elkaar afstemmen. Zij willen een naar beneden genivelleerde
kostenstructuur doorvoeren. Daarom moeten de sociale verworvenheden
afgebroken worden en moet er een arbeidsflexibiliteit aan de
productiekrachten opgedrongen worden. Dat zal tot veel weerstand bij de
lokale bevolkingen leiden. Het is ook een historisch moment om een
derde weg aan te bieden. Het is mogelijk om in die strijd, een
hernieuwd verbond te sluiten tussen alle getroffen volksgroepen, en
zeker met de middenklasse. De verenigde volksmassa dus. Want zij allen
zullen in de sociale klappen delen. De middenklasse en de kleine lokale
kapitalist staan in de weg van de monopolies. Zij zullen vernietigd
worden als ze geen nieuwe machtsbasis verwerven. Daarom is het nodig de
volkssoevereiniteit terug op de agenda te plaatsen. Volkeren moeten als
tegengewicht tegenover de oligarchie geplaatst worden. Volksidentiteit
is het enige wapen tegen de uniforme werelddictatuur. En zo kom ik tot
mijn 3 de en laatste punt.
3. Om een volk aan elkaar te smeden is er een maximale homogeniteit van
dat volk vereist. De kapitaalgroepen hebben ons echter opgezadeld met
grote groepen vreemde arbeiders en consumptiegroepen. Deze ingevoerde
productiekrachten destabiliseren niet alleen de werk- en
arbeidsvoorwaarden van onze eigen mensen, ze zijn ook een
destabiliserende factor in het verzet tegen de monopolies. Je zou
kunnen stellen (zoals links dat doet) dat er een gemeenschappelijk
front mogelijk is tussen allochtonen en autochtonen. De strijd tegen de
uitbuitende monopolies zou een gemeenschappelijke strijd zijn en dus
moeten de vreemdelingen als bondgenoten worden gezien. Die
vreemdelingen zijn tenslotte ook slachtoffer van het systeem is de
redenering. Deze redenering is echter een loutere materialistische
redenering. Het zou de rampzalige gevolgen van de tomeloze
kapitalistische immigratiepolitiek op de schouders van het volk leggen.
De vreemdelingen zijn ingevoerd door het grootkapitaal, het is dus een
product van dat grootkapitaal, het maakt er een wezenlijk deel van uit.
Zelfs de vreemdelingen uit de ex-kolonies zijn geen bondgenoten want
zij zijn een bijproduct van een vroegere globalisering, het
kolonialisme. Je zou het zelf een afvalproduct van het kolonialisme
kunnen noemen. Dit product willen we niet omdat het cultuur- en
volksvernietigend werkt op termijn (alleen al door de nataliteit van
die groepen). Dat wil niet zeggen dat er geen kleine groepen van
cultureel verwanten zijn die met ons volk zouden kunnen samenwerken.
Maar de grote groepen, die totaal vreemd zijn aan onze cultuur, kunnen
niet als zodanig worden gezien. Stel dat je ze als bondgenoten neemt,
dan zullen zij een politieke en maatschappelijke prijs vragen
(machtsdeelname). Dit is onaanvaardbaar. Het zou de multiculturele
maatschappij bevestigen. Het zou dus een overwinning van de
supranationale ideologie zijn. Links heeft wel voor deze piste gekozen.
Zij zijn dan ook voorstander van de interraciale maatschappij. Voor hen
is het begrip klassenafkomst van belang en niet de raciale of culturele
achtergrond van iemand. Links weet al sinds de jaren ‘70 dat de invoer
van vreemd proletariaat druk zou zetten op de levensvoorwaarden van het
eigen proletariaat en dat die druk zou leiden tot een machtstrijd die
zij dan willen omturnen tot een leninistische revolutie. Links heeft
dus bewust meegewerkt aan de algemene verarming van het eigen
proletariaat ten voordele van hun links revolutionair project. Maar zij
zouden wel eens de bal kunnen misslaan, zoals al zo dikwijls in de
geschiedenis is gebeurd. Er komt geen Leninistische revolutie, maar
integendeel een Islamitische. Om dat te voorkomen moeten we de vreemde
bevolkingsgroepen een uitweg aanbieden. We moeten ze in afwachting van
remigratie een vrijwillig systeem van gescheiden ontwikkeling laten
organiseren. Wij moeten assimilatie bestrijden. Diversiteit moet
begrepen worden als zichzelf organiserende groepen. Het logische gevolg
daarvan is de vrijwillige gescheiden leefomgeving en de aparte
leefpatronen. Er moet niet één unieke samenlevingsstructuur zijn, maar
er moet gestreefd worden naar specifieke culturele identiteiten die
zich niet vermengen. Een discussie over bv. het hoofddoekenverbod hoeft
dan niet meer. De betrokken mensen zullen hun eigen substructuren
hebben en hoeven zich niet meer aan de nationale staat te confirmeren.
Ze hoeven niet meer in onze staatsstructuren aanwezig te zijn. De
vrijheid van groep en individu wordt hier optimaal toegepast. Met in
achtneming van het uitdovend karakter van deze toestand in het
achterhoofd natuurlijk. Veel vreemdelingen, zeker moslims, zijn
vragende partij voor het behoud van de eigen identiteit. Wij moeten die
identiteit ondersteunen. Tegelijkertijd moeten we hechtere contacten
leggen met de landen van oorsprong van die subgroepen. En via
handelsrelaties en andere akkoorden moeten we een herintegratie in de
thuislanden nastreven. Daarom is het niet verstandig om de culturele en
geloofswaarden van die mensen aan te vallen in algemene termen. Het is
niet aan ons om een bepaald geloof te gaan veroordelen. Het aanvallen
van de geloofsovertuiging zal samenwerking met de thuislanden alleen
maar bemoeilijken of zelf onmogelijk maken. Wij moeten dus ideologische
verwanten zoeken bij de vreemdelingen die deze agenda willen
ondersteunen. Of ze nu seculier zijn of religieus. Zo kan de zaak
misschien vreedzaam aflopen. Anders zal het zijn zoals Enoch Powell al
in de late jaren ‘60 heeft gezegd. Wat de immigratie betreft zei deze
Engelse politicus: “Als ik vooruitkijk, ben ik met sombere
voorgevoelens vervuld. Net als de Romein, lijk ik de rivier de Tiber te
zien dampen van bloed’.”
Revenir en haut Aller en bas
 
Toespraak Eddy Hermy, Fête de l’identité
Voir le sujet précédent Voir le sujet suivant Revenir en haut 
Page 1 sur 1
 Sujets similaires
-
» Carte d'Identité des produits utilisés
» L'identité nationale , c'est quoi ?
» Troubles dissociatifs de l'identité
» L'identité humaine
» L'identité occidentale

Permission de ce forum:Vous ne pouvez pas répondre aux sujets dans ce forum
VLAANDEREN ONS VADERLAND ! FLANDRE NOTRE PATRIE ! :: Ce qui se passe en Flandre :: Les nouvelles en Flamand / De nieuws in vlaemsch-
Sauter vers: